Apeldoorn ligt op een kruispunt van spoorlijnen en heeft niet een maar drie stations. Daarbij komt een net van stadsbussen en streeklijnen naar de dorpen op de Veluwe. Voor een stad die zo ruim is opgezet, kom je zonder auto verrassend ver, zeker als je de fiets als eerste schakel gebruikt.
De drie stations
- Apeldoorn, het hoofdstation aan de rand van de binnenstad, met intercity’s.
- Apeldoorn Osseveld, aan de oostkant, op de lijn richting Deventer.
- Apeldoorn De Maten, in het zuidoosten, op de lijn richting Zutphen.
De treinverbindingen
Vanaf het hoofdstation rijden intercity’s richting Amersfoort en verder naar Utrecht en de Randstad, en in de andere richting naar Deventer en verder richting Twente. Daarnaast rijdt er een sprinter langs de kleinere stations en een stoptrein richting Zutphen, waarmee je aansluiting hebt op de lijnen door de Achterhoek en richting Arnhem. Dat maakt Apeldoorn een prima uitvalsbasis voor forenzen.
De stadsbussen
Een net van stadslijnen verbindt de wijken met het busstation bij het treinstation. Vrijwel elke grote wijk heeft een lijn, en de meeste lijnen komen in het centrum samen. Voor korte ritten binnen de stad is de fiets bijna altijd sneller, maar voor wie slecht ter been is, met bagage reist of in de winter liever niet fietst, is het net fijnmazig genoeg.
De dorpen
De dorpen in de gemeente worden bediend door streeklijnen, met een lagere frequentie dan in de stad. Voor Beekbergen, Loenen, Ugchelen en de dorpen richting de Hoge Veluwe is dat doorgaans werkbaar, voor de kleinere kernen op de Veluwe is het beperkter. Wie daar woont en op openbaar vervoer wil leunen, moet de dienstregeling goed kennen en rekening houden met de avonden en het weekend.
De fiets als eerste schakel
Apeldoorn is een uitstekende fietsstad, met vrijliggende paden, weinig hoogteverschil binnen de bebouwde kom en korte afstanden. Vanuit de meeste wijken ben je in een kwartier bij het hoofdstation. Er zijn stallingen bij de stations en in de binnenstad, waaronder bewaakte plekken. Gebruik twee sloten, want rond stations en uitgaanspleinen wordt gestolen.
Kaartjes en abonnementen
In trein en bus reis je met een OV-chipkaart, met een bankpas of met een reisproduct op je telefoon, afhankelijk van de vervoerder. Voor wie regelmatig dezelfde rit maakt, loont het om te kijken naar een abonnement of een dalkorting. Reis je in de spits richting de Randstad, dan is dat verschil aanzienlijk.
Reizen met een beperking
De stations zijn toegankelijk en er is assistentie mogelijk, waarvoor je vooraf aanmeldt. Bussen zijn ingericht op rolstoelen en rollators. Voor wie niet zelfstandig met het reguliere vervoer kan reizen, bestaat er aangepast vervoer via de gemeente. Vraag daar tijdig naar, want er hoort een aanvraag en een beoordeling bij.
Naar de Veluwe zonder auto
De grote trekpleisters in de omgeving zijn met een combinatie van trein, bus en fiets goed te doen. Nationaal Park De Hoge Veluwe is via de bus bereikbaar, en vanaf de ingang kun je met de gratis witte fietsen verder. Paleis Het Loo en Apenheul zijn met de stadsbus of op de fiets te bereiken. Dat maakt een dag Veluwe ook zonder auto haalbaar.
Combineren met de fiets in de trein
Voor wie regelmatig naar een andere stad reist, is een tweede fiets bij het station van bestemming vaak goedkoper en makkelijker dan een fiets mee in de trein. Er zijn deelfietsen bij de stations en er zijn abonnementen voor stalling. Voor een dagje uit op de Veluwe is de combinatie van trein tot Apeldoorn en daarna fiets of bus meestal sneller dan met de auto door het bos zoeken naar een parkeerplek.
Parkeren aan de rand en verder met de bus
Rond de stad liggen parkeerterreinen aan de invalswegen, waarvandaan je met de bus of de fiets het centrum in kunt. Bij grote evenementen wordt daar extra gebruik van gemaakt en rijden er pendelbussen. Voor wie van buiten de stad komt en de binnenstad in wil op een zaterdag of tijdens Koningsdag, is dat vrijwel altijd sneller dan proberen om vlakbij een plek te vinden.


