Wie in Apeldoorn woont, heeft een van de bekendste natuurgebieden van Nederland letterlijk om de hoek. Nationaal Park De Hoge Veluwe ligt aan de zuidwestkant van de gemeente en heeft een ingang bij Hoenderloo, dat zelf bij Apeldoorn hoort. Een dag in het park is dus geen uitstapje van uren rijden maar een middag op de fiets.
De ingangen
Het park heeft drie ingangen, bij Hoenderloo, bij Otterlo en bij Schaarsbergen. Vanuit Apeldoorn is Hoenderloo de logische. Bij elke ingang koop je een kaartje, en voor de auto geldt een aparte regeling. Wie op de fiets vanuit Apeldoorn komt, rijdt via de bospaden richting Hoenderloo en heeft de eerste helft van de dag dan al goed gebruikt.
De witte fietsen
Het bekendste kenmerk van het park zijn de witte fietsen. Die staan bij de ingangen en op een aantal punten binnen het park, en je mag ze gratis gebruiken. Er staan er zoveel dat je bijna altijd een fiets vindt, ook op drukke dagen. Ze zijn eenvoudig, zonder versnellingen, en precies goed voor de vlakke bospaden. Wie liever zijn eigen fiets heeft, mag die meenemen.
Het landschap
- Uitgestrekte heidevelden die in augustus paars kleuren.
- Stuifzand, waar je over open zandvlaktes loopt zonder boom in zicht.
- Naald- en loofbos, met paden die kilometers rechtdoor gaan.
- Vennen en laagtes waar in natte periodes water blijft staan.
De dieren
In het park leven edelherten, wilde zwijnen, reeën en moeflons. Zien is een kwestie van geduld en van het juiste moment, dus vroeg in de ochtend of aan het eind van de middag. Er zijn wildobservatieposten waar je afgeschermd kunt kijken. In het najaar is het bronstseizoen van de edelherten het spektakel waar mensen speciaal voor komen, en dan is het verstandig om je aan de aangegeven routes te houden.
Het museum midden in het park
In het hart van het gebied ligt het Kröller-Müller Museum met zijn beeldentuin. Dat je midden in een natuurgebied een wereldberoemde kunstcollectie tegenkomt, is de bijzonderheid van dit park. Je kunt er met de witte fiets naartoe, en de beeldentuin is groot genoeg om een uur in rond te lopen zonder dat het op een museumbezoek lijkt.
Ondergronds en op hoogte
Naast het kunstmuseum is er een ondergronds museum dat laat zien wat er onder de Veluwse bodem zit, van zandlagen tot wortels en dierenholen. Verder in het park ligt een jachthuis dat als monument te bezoeken is, met een tuin eromheen. Beide zijn goede tussenstops op een fietsdag, zeker met kinderen die na een uur trappen even iets anders willen.
Een dag indelen
Kom vroeg, pak een fiets bij de ingang en rijd eerst een lus door het open landschap, want daar is het in de ochtend het rustigst en zie je de meeste dieren. Doe het museum in het midden van de dag, als het buiten warm of druk is. Sluit af met een rondje bos richting de ingang. Neem water en iets te eten mee, want de horeca ligt op een paar vaste punten.
Regels in het park
Blijf op de paden, want daarbuiten verstoor je de dieren en de vegetatie. Honden zijn alleen op aangewezen plekken toegestaan, en dat wordt gecontroleerd. Roken en open vuur zijn verboden, wat in een gebied met stuifzand en droog naaldbos geen overbodige regel is. Houd rekening met sluitingstijden aan het eind van de dag, want de hekken gaan echt dicht.
Wanneer je gaat
In augustus en september bloeit de heide en dat is het drukste moment. In het najaar is het bronstseizoen van de herten en kleurt het bos, in de winter is het stil en zie je door de kale bomen ver het gebied in. In het voorjaar is het park op zijn frisst. Kom vroeg op de dag, want dan zijn de dieren actief en heb je de paden grotendeels voor jezelf.


