Apeldoorn is jong voor een stad van dit formaat en heeft geen middeleeuwse kern met grachten. Wat het wel heeft, is een lange winkelas, een aantal pleinen, oude parken en groen dat tot in het centrum doorloopt. Deze route rijgt dat aan elkaar en is in een dag rustig te doen, met genoeg plekken om te blijven zitten.
Begin bij het station
Vanaf het station loop je zo de binnenstad in. Het is meteen duidelijk hoe de stad in elkaar zit, want de Hoofdstraat loopt als een ruggengraat van noord naar zuid en alles hangt daaraan. Neem de tijd voor de gevels boven de winkelpuien, want daar zie je de bouwperiodes van de stad terug, van de jaren dertig tot de wederopbouw en de recente vernieuwing.
Het Marktplein
Het Marktplein is het hart van de stad, met het stadhuis aan een kant. Op zaterdag staat er de grote warenmarkt, en op andere dagen is het een plein met terrassen en evenementen. Wie op een marktdag komt, moet daar de tijd voor nemen, want dit is de plek waar Apeldoorn zichzelf laat zien, van de kaaskraam tot de bloemenstal.
De Hoofdstraat en de zijstraten
De Hoofdstraat is de winkelas, maar het aardigst wordt het in de zijstraten. Daar zitten kleinere zaken, boekhandels, speciaalzaken en horeca. Het gebied dat in de stad bekendstaat als de vier straatjes is compact en heeft een ander karakter dan de doorgaande winkelstraat. Neem daar de eerste pauze, want verderop wordt het weer drukker.
Het cultuurkwartier
Aan de oostkant van het centrum ligt het gebied met CODA, het theater en de andere culturele instellingen. CODA combineert museum, bibliotheek en archief in een gebouw, wat betekent dat je er ook binnen kunt lopen zonder een hele tentoonstelling te doen. Voor wie iets over de stad zelf wil weten, is het archiefdeel de plek waar de geschiedenis van Apeldoorn tastbaar wordt.
De Parken
- Het Oranjepark, met vijver, oude bomen en muziekkoepel.
- Het Wilhelminapark, in Engelse landschapsstijl aangelegd.
- Het Verzetsstrijderspark, met een uitgesproken groene sfeer.
- De villa’s rondom, die laten zien hoe de stad in de negentiende eeuw groeide.
Richting Het Loo
Wie nog energie heeft, loopt of fietst vanaf het centrum de Loolaan op, richting het Paleispark en Paleis Het Loo. Dat is een rechte, brede laan met oude bomen, en het is de as die de stad met het paleis verbindt. Zelfs zonder het paleis binnen te gaan, is de wandeling het waard, want het Paleispark is vrij toegankelijk en het contrast met het winkelgebied is groot.
Pauzeren onderweg
Voor koffie en lunch zit je goed rond het Marktplein en in de zijstraten. Voor een borrel aan het eind van de dag zijn het Caterplein en het Leienplein de plekken, waarbij het eerste het grootste uitgaansplein is en het tweede rustiger en meer van de Apeldoorners zelf. In de zomer lopen de terrassen op beide pleinen door tot laat.
De route aanpassen
Met kinderen kun je de winkelas inkorten en meer tijd in de parken en bij de speelplekken doorbrengen. Met slecht weer verschuift het zwaartepunt naar het cultuurkwartier en de overdekte delen van het winkelgebied. En wie meer wil zien van het groen waar Apeldoorn om bekendstaat, pakt de fiets en rijdt na de binnenstad door naar het bos, want dat begint aan alle kanten binnen een kwartier.
Erheen en er weer weg
Het station ligt aan de rand van de binnenstad, dus met de trein ben je meteen ter plekke. Met de auto sta je in een garage of op een terrein aan de rand, want in de straten eromheen geldt betaald parkeren en zijn er vergunningzones. Met de fiets is het het makkelijkst, met stallingen door de hele binnenstad.
Wat je onderweg opvalt
Wie voor het eerst door Apeldoorn loopt, merkt dat de stad breder en groener is dan hij verwacht. Er zijn brede lanen, veel bomen tot in het winkelgebied en overal doorkijkjes naar groen. Dat komt doordat de stad pas in de negentiende en twintigste eeuw echt groeide, in een tijd waarin ruimte en groen als kwaliteit werden gezien. Het is de reden dat een dag binnenstad hier minder benauwd voelt dan in een oude vestingstad.


